Wat zijn jouw woorden en jeuktermen?

“Energetisch, dat vind ik zo’n jeukterm” zei mijn vriend laatst. “Net als universum” vervolgde hij. “Hoe zou jij het dan noemen?” vroeg ik hem. “Gewoon: bewustzijn, energie. Alles is energie.” Interessant, dacht ik. Welke woorden irriteren de één en resoneren bij de ander?

vogelmetjeuk

Wat is het effect van jouw woordkeuze op de ander? Woorden op zichzelf hebben geen betekenis, het gaat om de betekenis die jij eraan geeft. De betekenis van woorden is voor iedereen anders. Om die reden zoek ik als schrijfcoach bij mijn klanten altijd naar ‘hun eigen woorden’. De woorden die bij die persoon passen omdat ze er zelf een speciale betekenis aan hebben gegeven.

Turbotaal
Ondanks mijn grote voorliefde voor taal erger ik me ook regelmatig aan de woordkeuze van anderen. Zo hoorde ik mijn stiefzoon onlangs tegen zijn zusje zeggen: “Hé gast, kap daar eens mee!”
“Gast?” reageerde ik, “je hebt het tegen je zusje. Gasten zijn bezoekers.” En terwijl ik het zei voelde ik me heel oud. Hier is sprake van een generatiekloof. Turbotaal noemden ze dat in mijn tijd; mijn vader ergerde zich altijd aan ons turbotaalgebruik. Het populaire taalgebruik van de jonge vloggers die mijn kinderen volgen, begint ook steeds meer bij mij te jeuken. Mijn jongste zoon zei laatst over een jongetje bij hem op school: “dat is echt zijn karma hoor mam, die gast spoort niet.” Hûh? Hij had geen idee wat hij zei.

Twijfeltaal
Jeuktermen zijn per persoon verschillend. Ik krijg bijvoorbeeld jeuk van het woord ‘eigenlijk’. Weet je waarom? Eigenlijk is twijfeltaal. Dat werkt zo verwarrend. Het toont onzekerheid aan. Terwijl het juist zo belangrijk is om duidelijk te communiceren, anders word je niet begrepen. Andere voorbeelden van twijfeltaal zijn: hopelijk, in principe, in het algemeen, waarschijnlijk, tot op zekere hoogte, in sommige gevallen. Het is zo vaag! Let er maar eens op als je twijfeltaal gewoon schrapt in een tekst, dat geeft veel meer duidelijkheid.

Moeten is een beperkend woord
En een woord waar ik geen jeuk van krijg maar bijna agressief van word, is moeten. Het woord moeten roept bij mij direct weerstand op. Het is een beperkend woord, het veronderstelt dat je geen andere keuze hebt. Voel maar eens hoeveel ruimte je ervaart als je moeten vervangt door willen of kunnen.

Respect voor de woordkeuze van de ander
Als schrijfcoach heb ik het genoegen dat ik in de teksten van mijn klanten alle jeuktermen eruit kan halen. Ik geniet ervan om mooie synoniemen te bedenken en de zinnen om te buigen zodat het nog vloeiender leest. Met respect voor de woordkeuze van de ander overigens. Want sommige woorden passen gewoon perfect bij die persoon.

Een klant leverde keurig haar websiteteksten bij mij aan met het verzoek ze alleen nog maar te redigeren. Al lezend merkte ik dat ik wat miste. Het was zo keurig, bijna formeel. Terwijl ik haar had leren kennen als een spontane, sprankelende, speelse vrouw. Ik zocht in de teksten naar ‘haar’ woorden. Maar ik vond ze niet. Ik scrolde door haar Facebook-tijdlijn en daar kwam ik in vrijwel ieder bericht van haar de woorden tegen: ziels, lief, gelukkig, blij, fijn…
Ja, dat is zij! Dacht ik toen. Deze woorden horen bij haar, niet voor niets, want dit waren spontane berichtjes, uit haar hart, had ze niet over nagedacht. Vervolgens heb ik haar websiteteksten geredigeerd door consequent ‘haar woorden’ toe te voegen. En het resultaat? Ze was dolgelukkig; “Het klopt, dit ben ik” zei ze.

En dat is precies de reden waarom ik zo houd van mijn vak.

Schrijfschool aan Zee
Wil jij schrijven vanuit je hart? Om jezelf en je bedrijf op authentieke, begrijpelijke en toegankelijke wijze te etaleren? Om daar woorden aan te geven, zodat het klopt bij wie jij bent, bij jouw gave? Kom dan naar de Schrijfschool aan Zee. Een cadeautje aan jezelf. Jouw teksten gaan voor je werken.

Het effect van het woordje ‘niet’

Wist je dat ons zenuwstelsel het woordje ‘niet’ niet kent? Probeer maar eens uit: Denk niet aan een roze olifant. We kennen ‘m allemaal. En wat gebeurt er? We zien het plaatje van een roze olifant zo op ons netvlies, toch? Interessant, want wat kunnen we dan wél met het woordje ‘niet’?

het woordje niet


Het grappige van ontkenningen is, dat als je wilt dat iemand ergens niet aan denkt, het dan juist gebeurt! Door de ontkenning wordt er onbewust meer nadruk op gelegd. Zo zit ons brein nou eenmaal in elkaar.

“Spelen met taal wordt daardoor nog leuker”

Ons onbewuste kent het niet
Het woordje ‘niet’ is slechts een taalkundig gegeven, ons onbewuste kent het niet. Als je tegen je kinderen zegt om niet te gaan rennen… wat gebeurt er dan? Precies… dan rennen ze juist wel. Het is slimmer om tegen je kinderen te zeggen: “Blijf rustig naast mij lopen op de stoep.” Je richt je dan op wat je wél wilt dat er gebeurt. Hierdoor is de kans veel groter dat dat ook gebeurt.

“Een ontkenning leidt juist de aandacht naar hetgeen je ontkent”


Hoe gebruik je niet dan wél?
Er is een manier om doeltreffend met ontkenningen om te gaan. Bijvoorbeeld als iemand zegt: Ik ben hier zo slecht in! Dan zet hij zichzelf klem. Hij brengt zichzelf in een onhaalbare positie. Hij is er zo slecht in, het gaat hem nooit lukken. Het heeft in feite geen zin om het te proberen, want hij is er toch heel slecht in, daar is hij van overtuigd.
Kijk wat er gebeurt als je die zin verandert in: Ik ben er nog niet zo goed in. Dat klinkt heel anders, want uit deze zin blijkt dat hij er op dit moment nog niet zo goed in is en dat hij wel een mogelijkheid ziet om er beter in te worden. De aandacht gaat naar het woordje ‘goed’.
Zeg of schrijf de ontkenning voor het woord dat positieve aandacht nodig heeft. En richt je tijdens een gesprek op wat je wél wilt bereiken. Als je het nog niet zo makkelijk vindt om op deze manier te spelen met taal, ben je wel al bewust aan het leren om hier beter in te worden.

Schrijfschool aan Zee
Wil jij schrijven vanuit je hart? Om jezelf en je bedrijf op authentieke, begrijpelijke en toegankelijke wijze te etaleren? Om daar woorden aan te geven, zodat het klopt bij wie jij bent, bij jouw gave? Kom dan naar de Schrijfschool aan Zee. Een cadeautje aan jezelf. Jouw teksten gaan voor je werken.

5 Krachtige tips voor een goed gesprek

Hoe kun je tijdens een gesprek de ander in zijn waarde laten? Door op een oordeelloze manier te communiceren en door het stellen van open vragen. Zelfs professionele vragenstellers – zoals coaches, therapeuten, interviewers – stappen nog regelmatig in deze taalvalkuil. Daarom deze 5 praktische tips om een goed gesprek te voeren.

Pasted Graphic 2

Open vragen zijn essentieel als je iemand wilt coachen, begeleiden, helpen of ondersteunen. Toch zijn we vaak geneigd om in te vullen voor de ander, om het over onszelf te hebben of op onszelf te betrekken en om vooroordelen te hebben. Als je oprecht geïnteresseerd bent in de ander en als je de belevingswereld van je gesprekpartner beter wilt begrijpen, stel je zo veel mogelijk open vragen, ben je een OEN, laat je OMA thuis, gebruik je LSD en smeer je NIVEA. Een handig ezelsbruggetje dat 5 praktische tips bevat om beter te verbinden met je gesprekspartner. En om de ander in zijn waarde te laten.

1. Stel open vragen
‘Ga je nu al weg?’ Het lijkt een open vraag, toch is het een gesloten vraag, want je kunt alleen met ja of nee antwoorden. En er zit een veronderstelling in; je hebt voor de ander al ingevuld dat hij weggaat, en te vroeg naar jouw zin. Wil jij meer informatie over een persoon en de ander begrijpen, stel dan open vragen. Alleen dan krijg je open antwoorden. Soms is het antwoord vaag, dan dien je een open vervolgvraag te stellen. Er gewoon mee doorgaan totdat je tot de kern komt. Wees je dus heel bewust als je jezelf een vraag hoort stellen (check: is deze vraag open of gesloten?).

2. Wees een OEN
(Open, Eerlijk en Nieuwsgierig)
Door objectief waar te nemen wat jouw gesprekspartner je vertelt. Als je de ander niet goed begrijpt, wees dan eerlijk door dit te benoemen. Ook als je bepaalde stroefheid of een nare sfeer constateert, geef dit dan eerlijk en open aan. Dan creëer je vanzelf betere communicatie en is er meer ruimte voor verbinding. Door nieuwsgierig te zijn en door te vragen, kom je meer te weten over de belevingswereld van de ander.

3. Laat OMA thuis
(Opvattingen, Meningen en Adviezen)
We hebben allemaal onze eigen OMA’s, maar probeer deze te parkeren. Ze komen namelijk vanuit jouw eigen referentiekader en kunnen het gesprek behoorlijk belemmeren. Objectief luisteren, zonder invullen en zonder oordeel is het allerbelangrijkste om de ander in zijn waarde te laten.

4. Gebruik LSD
(Luisteren, Samenvatten, Doorvragen)
Hiermee toon je aan dat je oprecht aandachtig bent. Dat je echt geïnteresseerd bent in je gesprekspartner. Bewust luisteren is voor veel mensen nog een hele kunst, omdat je eigen gedachten flink met je aan de haal gaan. Bewust luisteren vergt oefening. Door LSD toe te passen, bekwaam je jezelf steeds meer in het voeren van verbindende gesprekken. Je non-verbale communicatie, je lichaamstaal, is hierbij ook van belang: kijk de ander aan, knik en neem een actieve (luister)houding aan.

Door jullie gesprek samen te vatten help je om de gedachten van je gesprekspartner te ordenen. Noem alle feiten, gebeurtenissen, acties en gevoelens en check even of je het zo goed hebt samengevat.

Doorvragen doe je om nog meer op te helderen. Als iemand vaag is in zijn taalgebruik, vraag dan: Wat bedoel je met…? Doorvragen is ook van belang als iemand generaliseert, dus woorden gebruikt zoals: altijd, nooit, niemand, iedereen. Door alleen al te vragen: Altijd? Niemand? Dan realiseert je gesprekspartner zich meteen dat hij ‘overdrijft’ en zal hij zich nuanceren.

5. Smeer NIVEA
(Niet Invullen Voor Een Ander)
Deze valkuil stappen we vaak in bij gesprekspartners die we al heel goed kennen. Als je de zin van je gesprekspartner afmaakt, of heel stellig verwoordt wat de ander misschien wil gaan zeggen of bedoelt, dan zit jouw referentiekader weer in de weg. Dan ben je voor de ander aan het invullen terwijl hij wellicht iets heel anders bedoelt! Jouw invulling hoeft helemaal niet de juiste te zijn. En als je iets verkeerd invult voor een ander kan dat een negatief effect hebben. Met het stellen van open vragen pas je direct de NIVEA-regel toe.

Je zult merken dat je veel meer informatie krijgt, oordeelloos blijft en minder invulgedrag vertoont als je oefent met het stellen van open vragen, een OEN zijn, OMA thuis te laten, LSD te gebruiken en je in te smeren met NIVEA.

Schrijfschool aan Zee
Wil jij schrijven vanuit je hart? Om jezelf en je bedrijf op authentieke, begrijpelijke en toegankelijke wijze te etaleren? Om daar woorden aan te geven, zodat het klopt bij wie jij bent, bij jouw gave? Kom dan naar de Schrijfschool aan Zee. Een cadeautje aan jezelf. Jouw teksten gaan voor je werken.


Hoe zorg je voor vlotte, vloeiende en levendige teksten?

Hoe hinderlijk is het als je in één alinea wel vier tot zes keer hetzelfde woord tegenkomt? Ik kan mij daar echt aan storen. Toch maken we ons er allemaal schuldig aan. Want wie heeft er geen stopwoordjes? En het heeft te maken met je (onbewuste) zintuiglijke voorkeur.

Pasted Graphic 3

We nemen allemaal de wereld waar via onze zintuigen. En vaak hebben we onbewust een voorkeurszintuig. Mijn voorkeurszintuig is ‘voelen’. Dit woord neem ik dan ook vaak in de mond en dreigt een stopwoordje te worden. Als jouw zintuiglijke voorkeur visueel is, gebruik je ongetwijfeld heel vaak de woorden ‘zien’ en ‘kijken’. Zo vroeg een coachklant mij laatst – ze schrijft prachtige kinderverhalen – “Ik kan geen ander woord bedenken voor ‘roepen’, kun je me daarmee helpen?”
Daar kon ik haar mee helpen, door synoniemen te geven voor het woord ‘roepen’ en door alternatieve auditieve woorden te bedenken. Want ‘roepen’ is een auditief woord. Er ging een wereld van taal voor haar open en ze was direct geïnspireerd om verder te schrijven aan haar verhalenbundel.

Hoe zorg je voor vlotte, vloeiende en levendige teksten?
Dat kan op twee manieren:
  1. Schrijven is schrappen: Voorkom in je artikel dubbele informatie en ‘tussenwoordjes’ (zoals ook, dus, toch, dan) die niet functioneel zijn. Lees, pas na het schrijven, je tekst nog eens door en schrap overbodigheden.
  2. Voorkom veelvuldige herhaling van bepaalde woorden. Zoek naar synoniemen en alternatieve woorden, of gebruik verwijzingen.


Hoe kom je aan synoniemen?
Synoniemen en alternatieve woorden vind je simpelweg door je eigen woordenschat te raadplegen en door te googlen. Indien het jou zelf opvalt dat je een visueel-, auditief-, ‘gevoels’- of ‘denk’woord’ veelvuldig gebruikt, heb je misschien baat bij de volgende alternatieven.

Visuele woorden: Kijken, lijken, bezien, tonen, dagen, onthullen, een beeld vormen, verhelderen, knipperen, helder, scherpstellen, perspectief, uitzicht, flitsen, vooruitblik, illustreren, verduisteren, aanschouwen, uitstralen, voorstellen, projecteren.

Auditieve woorden: Horen, luisteren, muziek maken, harmoniseren, instemmen/afhaken, gehoord worden, weerklinken, afstemmen, uitgesproken, vertellen, aankondigen, grommen, zingen, fluisteren, mompelen, roepen, versterken, stemmen, schreeuwen, gillen, rinkelen, discussiëren.

‘Gevoels’woorden: Voelen, aanraken, grijpen, pakken, door de vingers laten gaan, aanpakken, aanboren, contact maken, eruit gooien, omdraaien, schrapen, hanteren, geen duimbreed wijken, landen, wrijven, vastpakken, aftasten, strelen, irriteren.

‘Denk’woorden: Begrijpen, denken, leren, verwerken, beslissen, motiveren, overwegen, opmerken, opvatten, kennen, vragen, realiseren, evalueren, begrijpen, overdenken, redeneren.
 
Het resultaat
Ga maar eens spelen en variëren met woorden die wat verder van je af liggen. Je zult zien dat jouw teksten voortaan lekker vlot leesbaar zijn. En je trekt je lezer mee in je verhaal. Dat willen we toch allemaal?

Schrijfschool aan Zee
Wil jij schrijven vanuit je hart? Om jezelf en je bedrijf op authentieke, begrijpelijke en toegankelijke wijze te etaleren? Om daar woorden aan te geven, zodat het klopt bij wie jij bent, bij jouw gave? Kom dan naar de Schrijfschool aan Zee. Een cadeautje aan jezelf. Jouw teksten gaan voor je werken.

Voorleesboeken voor grote en kleine kinderen

Veel ouders lezen hun kinderen voor, met name als ze tussen de 2 en 5 jaar zijn. Tussen de 9 en 12 jaar wordt nog maar 40% van de kinderen voorgelezen. Hoe jammer is dat? Voorlezen is namelijk fijn, nuttig, intiem en heel erg leerzaam. Ook als ze nog baby zijn of als ze zelf al goed kunnen lezen.

Pasted Graphic 4

Belangrijk voor de taalontwikkeling
Mijn boekenwurm-genen heb ik gelukkig aan mijn kinderen doorgegeven. Ik las ze al voor toen ze een paar weken oud waren. Van Nijntje-boekjes, mooi op rijm en met veel dierengeluiden, tot prachtige prentenboeken waar ik zelf een verhaaltje bij bedacht. Voorlezen zorgt voor een rustmoment voor zowel jezelf als je kind. Bovendien is het belangrijk voor de taalontwikkeling; je kind leert nieuwe woorden en hoe een goede zin is opgebouwd. Door met je kind over het boek te praten en woorden toe te lichten die hij/zij nog niet kent, wordt je kind gestimuleerd om actief met taal bezig te zijn. Als je kind vanaf groep 3 zelf leert lezen, vergemakkelijk je dat leerproces door om de beurt een bladzijde (of alinea) te lezen. Heel gezellig om samen te doen en leren lezen wordt voor je kind op die manier leuk en inspirerend, het voelt niet als huiswerk…

Voorlezen stimuleert de fantasie van je kind en het leert daarnaast veel van de wereld om zich heen. Hanteer voor ieder personage in het boek een ander stemmetje. Je kind lacht zich rot, komt helemaal in het verhaal doordat het bijvoorbeeld spannend is en gaat het, zodra hij/zij zelf goed kan lezen, zelf ook doen. Tot slot is voorlezen geschikt om een dialoog te starten met je kind, bijvoorbeeld over onderwerpen waar je kind niet zo makkelijk over praat of wat hem/haar erg bezighoudt (angst, dood, scheiding, enz).

Voor grote en kleine kinderen
Mijn jongens (van 9 en 14 jaar), die niet uitblinken in spelling, halen op school al jarenlang hoge cijfers voor begrijpend lezen, taalbegrip en woordenschat. Ik denk echt dat het vele voorlezen (en nu zelf lezen) daar aan heeft bijgedragen. We hebben al zo veel kinderboeken verslonden, dat ik graag een top tien van onze favorieten met je deel.

1. Jij bent de liefste – Hans & Monique Hagen
Een prachtig prentenboek met gedichten en versjes over de gevoelens en belevenissen van een kleuter. De illustraties zijn zo mooi, dat je ze het liefst wilt ophangen in de kinderkamer. Een boekje vol dromen, liefde en plezier. Geschikt om voor te lezen aan 0 tot 5-jarigen.

2. Raad eens… hoeveel ik van je houd – Sam Mc Bratney en Anita Jeram
Hazeltje en Grote Haas vertellen elkaar hoeveel ze van elkaar houden, zo indrukwekkend mogelijk. Een warm, liefdevol boek met prachtige illustraties die je direct doen glimlachen. Geschikt om samen te lezen met 4 tot 6-jarigen.

3. De boze heks – Hanna Kraan
De boze heks is ook maar een mens. Ze doet wel boos en veel bewoners van het bos zijn bang voor haar. Maar de merel, de haas, de egel en de uil leren haar steeds een beetje beter kennen en beleven de spannendste avonturen met de mopperende heks. Hanna Kraan schreef al een hele reeks Boze Heks-boeken en ze zijn allemaal even leuk, wijs en grappig. Leent zich goed voor verschillende stemmetjes, om voor te lezen aan 5 tot 8-jarigen.

4. Dolfje Weerwolfje – Paul van Loon
De alom bekende Dolfje Weerwolfje-boeken zijn stuk voor stuk spannend. Het jongetje Dolfje leidt een soort dubbelleven, omdat hij bij volle maan altijd verandert in een weerwolfje. Hij is zelf 7 jaar en weet in eerste instantie niet wat hem overkomt. Het is zijn grote geheim; bijna niemand weet dit. Dolfje beleeft zo veel, dat is haast niet te bevatten. De boeken zijn echt spannend en daarom geschikt om voor te lezen aan kinderen vanaf 7-8 jaar. Als je er eenmaal een hebt gelezen, wil je ze allemaal lezen! Verslavende boeken van een top-schrijver.

5. Meester Jaap – Jacques Vriens
In de klas van meester Jaap gebeurt elke dag iets leuks. De korte verhalen zijn hilarisch en tijdloos. Evenals de illustraties; een soort kleurrijke karikaturen. Kinderen houden van lekker gek, dus wil je samen met je kind enorm lachen en de dag vrolijk afsluiten? Dan zijn de Meester Jaap boeken uitermate geschikt voor het slapengaan. Leuk om voor te lezen aan 6 tot 10-jarigen.

6. Lang gelden – Arend van Dam & Alex de Wolf
In vijftig korte verhaaltjes wordt een beeld gegeven van de Nederlandse geschiedenis. De mooie aquareltekeningen passen goed bij de sprookjesachtige verhalen. Elk verhaal begint met ‘Lang geleden…’ en eindigt met: ‘En zo… is het echt gebeurd’. Dit verbindt de op zichzelf staande verhalen over jagers en verzamelaars, boeren en vissers, koningen en koninginnen. Maar ook over beroemde figuren als Rembrandt van Rijn, Jacoba van Beieren en Michiel de Ruyter. Een mooie kennismaking met de geschiedenis van Nederland en begrijpelijk voor kinderen vanaf 7 jaar.

7. Heksje Lilly – Knister
Lilly is een meisje van 9 jaar dat een toverboek vindt, het ligt opeens naast haar bed. In het boek staan spreuken en daarmee kan Lilly toveren. Alleen… toveren moet je leren en dat gaat nog wel eens mis. De Heksje Lilly boeken zijn vrolijk en vlot geschreven. Zowel geschikt voor meisjes als voor jongens. Vanaf 7 jaar goed zelf te lezen, maar net zo gezellig om samen te lezen en te lachen om de onhandige Lilly.

8. Mees Kees – Mirjam Oldenhave
Het plezier spat er vanaf in de Mees Kees boeken. Ieder kind wenst zo’n leuke meester als Kees. Toch komen er veel ‘gevoelige’ onderwerpen aan bod. Dat maakt de boeken van Mirjam Oldenhave zeer pedagogisch verantwoord. Pakkende onderwerpen waar je met je kind over door kunt praten. Deze humoristische boeken zijn geschikt om voor te lezen of samen te lezen vanaf 7 jaar.

9. Fantasia – Geronimo Stilton
De hele reeks Fantasia-boeken is fantasierijk en zintuiglijk geschreven. Vol geuren, raadsels en kleuren word je meegezogen in de avonturen van de hoofdpersoon. De woordkeuze is voortreffelijk en in de typografie zit veel dynamiek. Tussen de regels door barst het van de spiritualiteit. Daardoor worden ook volwassenen aan het denken gezet. De schrijf- en voorleesstijl is even wennen, omdat het anders is dan andere kinderboeken. Maar als je er eenmaal inzit, wil je ook van Fantasia de hele reeks uitlezen. Qua begrijpelijkheid raad ik aan om de Fantasia-boeken vanaf 9-10 jaar samen te lezen. Het is een pareltje in je boekenkast.

10. Wat jongens moeten weten of; Wat meisjes moeten weten – Sabine Thor-Wiedeman
Zowel de jongens- als de meisjesvariant leent zich ervoor om samen met je pre-puber (10-12-jaar) te lezen. Nog net voordat ze naar de middelbare school gaan en echt flink gaan puberen. Want in dit boek wordt ontzettend goed antwoord gegeven op vragen waar pubers mee worstelen. Over lichamelijke veranderingen, de eerste liefde, (homo-)seksualiteit, anticonceptie, bescherming tegen overdraagbare aandoeningen, je veranderende relatie met je ouders en de invloed van drugs, alcohol en roken. Ook de relatie van seks en internet komt kort aan bod. De schrijfster spreekt exact de taal van pubers (erg knap) waardoor het boek toegankelijk is voor je kind en alle onderwerpen zonder blikken of blozen bespreekbaar zijn. Eindelijk een boek voor pubers zonder belerende wijsvinger of taboeonderwerpen.



Voel je vrij door te stoppen met ‘moeten’

Hoe vaak vinden we van onszelf dat we iets moeten? En hoe vaak nemen we het woord ‘moeten’ in de mond naar anderen? Wat gebeurt er met jou als je dit woord gebruikt of, nog erger, als iemand anders tegen jou zegt dat je iets ‘moet’? Het woord ‘moeten’ roept bij veel mensen weerstand op. In dit artikel leg ik uit hoe dat komt en hoe je het woord ‘moeten’ voorgoed uit je vocabulaire kunt schrappen.

Pasted Graphic

Dat bepaal ik zelf wel
  • Ik moet mijn kinderen naar de sportvereniging brengen…
  • Ik moet nog boodschappen doen…
  • Ik moet de was opvouwen…

Zodra iemand het woord ‘moeten’ gebruikt, raak ik geïrriteerd. Terwijl ik dat voel in mijn buik, komt er een stemmetje in mijn hoofd dat zegt: Waarom moet dat? Van wie moet dat? Dat bepaal ik zelf wel…


Herken je dat? Het woord ‘moeten’ kan voelen alsof je zelf geen keuze hebt. Je zet jezelf of een ander klem. Kunnen we dit woord verbannen uit ons vocabulaire? Het is er inmiddels zo ingesleten. Mede dankzij school.

Van mij moet je helemaal niets
Laatst gaf ik een schrijfworkshop tijdens een inspiratiedag waar spontaan drie kinderen van 8-9 jaar aanschoven. Zowel ik als de andere volwassen deelnemers aan de workshop vonden dit erg leuk. Tijdens deze workshop ging het namelijk om reflectief schrijven en kinderen kunnen zo heerlijk intuïtief zijn.

Iedere keer als ik aan de groep een schrijfopdracht gaf, vroegen de drie meisjes: “Wat moet ik nu doen? Moet ik precies drie regels schrijven? Waar moet het over gaan?”
Ik hoorde mijzelf op een gegeven moment zeggen: “Je mag lekker het eerste opschrijven wat in je opkomt. En de lengte maakt ook niet uit. En we kijken niet naar spelling en grammatica.”
“Maar van de juf op school…” begon het ene meisje.
“Ik ben niet de juf van school… van mij moet je helemaal niets.”
Ze slaakte een zucht van verlichting. De drie meiden schreven en tekenden erop los en deelden hun prachtige schrijfsels met de groep. De beperking was weg, ze waren vrij om te schrijven en te tekenen wat zij wilden.

Wil jij dat doen?
Moeten is een beperkend woord. Let maar eens op wat er gebeurt, op gevoelsniveau, als je moeten vervangt door willen of kunnen.
  • Ik wil mijn kinderen naar de sportvereniging brengen… (want ik vind sporten belangrijk voor ze en ze genieten er zo van).
  • Ik kan nog boodschappen doen… (als ik zin heb… en anders bestel ik vanavond wat te eten).
  • Ik wil de was opvouwen… (want ik houd van een opgeruimd huis).
Hoe anders voelt dat? Willen en kunnen bieden een keuzemogelijkheid. Je kiest er zelf voor om iets te doen. Je bent vrij om zelf te bepalen welk besluit je neemt.

Hoe schrap je ‘moeten’ voorgoed uit je vocabulaire (en dat van anderen)?
Zorg er eerst zelf voor dat je het woord ‘moeten’ consequent vervangt door willen of kunnen. In gesprekken met anderen, die je het woord ‘moeten’ hoort gebruiken, kun je consequent reageren met willen of kunnen. Iemand zegt bijvoorbeeld tegen jou: “Ik moet op tijd weg vandaag.” Dan reageer jij: “Wat fijn dat je aangeeft dat je vandaag op tijd weg wilt.”
Je zult merken dat je gesprekspartner zich anders gaat voelen – minder klem gezet, relaxter wellicht – en dat hij/zij hierop reageert.

Bewust oefenen
Het is een leuk experiment om hier een maand lang bewust mee aan de slag te gaan. Je zult merken dat na een maand (of al eerder) het woord ‘moeten’ uit jouw systeem is gewist. En dan wordt jouw beleving van alledaagse dingen anders, vrijer. Ook de reacties en antwoorden van anderen zullen veranderen. Let maar eens op!

Schrijfschool aan Zee
Wil jij schrijven vanuit je hart? Om jezelf en je bedrijf op authentieke, begrijpelijke en toegankelijke wijze te etaleren? Om daar woorden aan te geven, zodat het klopt bij wie jij bent, bij jouw gave? Kom dan naar de Schrijfschool aan Zee. Een cadeautje aan jezelf. Jouw teksten gaan voor je werken.